NATIONALE HELPDESK VOOR VRAGEN EN MELDINGEN OVER FRAUDE.

 

088-7867372

Wij zitten voor u klaar op werkdagen tussen 9.00 en 17.00 uur. Op woensdag vanaf 12.00 uur.

Valse e-mails kunt u doorsturen naar valse-email@fraudehelpdesk.nl

Schilderwerk

Deze inzending voor de fraudeverhalenwedstrijd van de Fraudehelpdesk heeft de eerste plaats behaald.

Maura is bijna bij de voordeur als de bel voor de tweede keer gaat. Grote kans dat ze de tocht door de gang deze keer niet voor niets aflegt. Geduld, dat hebben maar weinig mensen. Begrip voor ouderdom en pijnlijke gewrichten al evenmin. Maar nu staat iemand voor de deur die niet zoveel haast heeft. Iemand die wacht, en een tweede keer aanbelt.

Steunend tegen de muur trekt Maura de voordeur open. Een jonge man staat voor haar. Hij is lang, wel een kop groter dan zij. Vriendelijk gezicht.
‘Dag mevrouw’.
‘Dag meneer’.
‘Ik hoop dat ik niet stoor?’
Welnee, hoe zou hij haar storen? Ze heeft niets te doen. Voordat de bel ging en zij naar de voordeur schuifelde, had ze in haar stoel in de achterkamer gezeten. Gewoon een beetje voor zich uit zitten staren. Zoals ze zo vaak zit.
‘Ja, het zit namelijk zo’, zegt de man. ‘U weet dat de buren twee huizen verderop aan het verbouwen zijn?’
Natuurlijk, dat weet ze. Truus, die bijna net zo lang in de straat woonde als zij, is begin dit jaar overleden. Tot haar verdriet, want Truus en zij hadden veel gezelligheid aan elkaar. Toen ze hier kwamen wonen, Truus een jaar later dan Maura, hadden ze nog niet veel contact. Allebei druk met een jong gezin en een huishouden. Dat veranderde toen de kinderen het huis uit gingen en, weer jaren later, de echtgenoten overleden. Truus en zij waren elkaar steeds vaker gaan opzoeken. Maura mist Truus.

Truus’ huis is gekocht door een jong gezin. Mensen met een hoop geld blijkbaar, want niets blijft hetzelfde in dat huis. Al maandenlang is het een komen en gaan van bouwvakkers. De toekomstige bewoners hebben zich nog niet laten zien.
‘Kijk,’ gaat de jongeman verder. ‘Ik heb een schildersbedrijf. De eigenaar van dat huis heeft ons ingehuurd voor al het schilderwerk. Maar nu lopen ze achter met de planning. Ze zijn nog bezig met een keuken en een badkamer. En op de zolderverdieping wordt de dakkapel uitgebouwd. Dat zou allemaal nu klaar moeten zijn. En dan zijn wij aan de beurt.’
Hij stopt even. Het is best een knappe jongen. Donkerblond haar, krullerig, wat te lang. Hij draagt een leren jack over een werkmansoverall vol verfvlekken. Aan zijn voeten donkere werkschoenen.
‘Dat hebben we allemaal al een tijd geleden afgesproken. Hoe gaat dat? Wij plannen alles goed in. Maar ja. Nu is die eigenaar met Oost-Europeanen in zee gegaan. U kent het wel. Goedkoper misschien. En nou staan wij klaar om aan de slag te gaan met de schilderklus. Kan dat niet, omdat die Oost-Europeanen het werk niet afhebben.’
Maura knikt begrijpend. Vervelend, ja.
‘En toen dacht ik’, vervolgt de man, ‘Ik zie hier in de straat genoeg huizen die hier en daar wel een likje verf kunnen gebruiken. Wachten is niks voor ons, en laten we eerlijk zijn, daar rookt de schoorsteen ook niet van. Dus nu we ineens de tijd hebben dacht ik: laat ik eens kijken of we andere mensen in deze straat kunnen helpen. Misschien heeft u wat dingen hier waarvan u denkt: nou, dat is best toe aan een schilderbeurt. Als ik zo vrij mag zijn: ik was laatst op het dak van dat huis hier verderop om te kijken hoe de pannen erbij lagen en hoe het met de schoorsteen was, en toen zag ik dat hier op uw dak ook wel het een en ander moet gebeuren. Nou ja, er moet natuurlijk niks, maar de winter komt eraan. En ja, als je daar dan niks aan doet heb je een grote kans op problemen straks. Lekkages.’

Maura schrikt. O ja, dat dak. Daar heeft ze al in geen jaren naar laten kijken. En het verfwerk is ook niet overal even best, dat weet ze wel. Maar ze kent niemand die haar kan helpen. Haar kinderen wonen ver weg. Vroeger zorgde haar man dat het huis werd onderhouden. Maar die is er niet meer. Zeven jaar geleden overleden aan longkanker. Wat een mooi toeval eigenlijk, dat deze aardige man nu voor haar deur staat. Ze glimlacht. Soms vallen dingen gewoon op hun plek. Toeval bestaat niet.
‘Nou, ik moet zeggen: dat treft, dat u bij mij aan de deur komt. Want ja, er is hier best wel wat te doen. Ik ben er alleen niet toe gekomen om iemand te benaderen daarvoor… Ik ben weduwe, weet u. Mijn man regelde altijd alles met het huis.’
‘Begrijp ik best, mevrouw. Zal ik de boel eens even bekijken? Dan zien we wat we kunnen doen. Ik maak er een mooi prijsje voor. Dat doe ik voor al uw buren.’
‘Nou graag, meneer. Komt u verder.’
‘Dan stel ik me eerst netjes aan u voor. Jan Hensen is de naam. En dit is ons bedrijf.’ De man overhandigt Maura een visitekaartje. Ze laat hem binnen en gaat hem voor naar de achterkant van het huis. In haar langzame tempo. Haar verontschuldigingen daarover wuift hij weg. ‘Ach mevrouw, ik heb ook een moeder.’
Samen gaan ze via de keukendeur de achtertuin in. Jan bekijkt met een kritische blik het schilderwerk van de kozijnen. Dan lopen ze naar boven, naar de zolderverdieping, waar Jan zijn hoofd uit het raam van de dakkapel steekt om het schilderwerk van dichtbij te zien. Vervolgens bekijkt hij vanuit de voortuin de kozijnen aan de voorkant van het huis. Voordat ze weer naar binnen gaan onderwerpt hij de voordeur aan een inspectie.

Maura nodigt Jan uit aan de eettafel. Hij haalt zijn telefoon uit zijn zak en een opschrijfboekje en begint te rekenen. Maura wacht geduldig. Wat een geluk dat deze man bij haar heeft aangebeld. Hij maakt bepaald een betrouwbare indruk.

Na een paar minuten kijkt Jan op.
‘Nou mevrouw’, hij schraapt zijn keel. ‘Het schilderwerk is niet best. Daarmee vertel ik u niks nieuws, denk ik. Ik lever geen broddelwerk, maar ik pak het grondig aan. Daar gaan wel wat uren in zitten. Als we het dan hebben over de hele buitenboel, dan hebben we het over de kozijnen aan de voor- en achterkant beneden en op de eerste en de tweede verdieping. Daar hebben we een steigertje voor nodig. Dan de voordeur. En het dak. Pannen weer netjes leggen, hier en daar het zinkwerk repareren. Ja.’
Hij is even stil en kijkt in zijn boekje. Maura wacht gespannen af. Het klopt wat Jan zegt, aan al die dingen is in geen jaren wat gedaan. Misschien wel tien jaar.
‘Ja mevrouw, ik trek mensen zoals u het vel niet over de neus. Normaal gesproken is dit een klus van zo’n dertigduizend euro. Dertig- à veertig, ja, daar zit je toch wel aan.’
Hij is even stil.
Wat een bedragen, verschrikkelijk. Maar Maura heeft van mensen in de buurt ook wel dat soort bedragen gehoord. Schilderwerk is nu eenmaal duur. Maar het moet wel gebeuren. Het is niet dat ze het onderhoud aan haar huis niet kan betalen. Ze kan het alleen niet regelen, dat is het probleem. Een probleem dat zich nu aan het oplossen is.
‘Maar ik zou een mooi prijsje maken, heb ik gezegd. Dus dan doe ik dat. Een man een man, een woord een woord. Zo zit ik in elkaar.’
Maura knikt. Gelukkig.
‘Dus zeg ik: ik doe de klus voor vijfentwintigduizend. Inclusief alles. Ook het steigertje. Dan zit u er de komende jaren weer knap bij. We kunnen deze week nog beginnen.’
Maura knikt nog een keer. ‘Ja’, zegt ze. ‘Dat is goed’.
‘Mooi. U krijgt van mij een rekening als het werk erop zit. Er komt nog wel btw bij, dat begrijpt u. U controleert het werk. Daarna betaalt u pas. Alleen: ik heb wel direct kosten. De steiger, de materialen. Dus als u het niet erg vindt… Ik ontvang graag een voorschot. Krijgt u een mooie kwitantie van mij, verrekenen we dat aan het eind.’
‘Ja. Ja, natuurlijk. Aan welk bedrag denkt u?’
‘Vijfduizend, zal dat gaan? Misschien kunt u dat even gaan pinnen?’
‘Nee, ik hoef niet te pinnen, ik heb wat spaargeld in huis, ik kan het zo pakken.’
Haar man zorgde dat er altijd een stapeltje bankbiljetten in de la van het dressoir lag. Met een briefje erop hoeveel het is. Op dit moment ligt er zevenduizend, dus vijfduizend is geen probleem. Maura staat op, schuifelt naar het dressoir en pakt tien stapeltjes van tien briefjes van vijftig, bij elkaar gehouden met een paperclip.
‘Alstublieft’.
Jan schrijft iets in zijn opschrijfboekje, scheurt de bladzij uit en geeft die aan haar. ‘Ontvangen: € 5.000,- ‘ staat erop, met daaronder zijn naam, de datum en zijn handtekening.
‘Dank u, mevrouw’, zegt Jan terwijl hij opstaat. ‘Ik bel u morgenochtend even wanneer we precies beginnen. Dat zal donderdag of vrijdag worden. En dan wens ik u verder nog een prettige dag.’

Jan belt niet, de volgende dag. De dagen erna ook niet. Het nummer op het visitekaartje wordt niet beantwoord. Jan en zijn bedrijf lijken van de aardbodem verdwenen. Mét Maura’s voorschot.

 
 

Henriette van Wermeskerken

Lees hier het verhaal Een eerlijke boterham dat op plaats twee is geëindigd. Plek drie wordt bezet door Hart voor de zaak. Lees hier het gedicht Deurklink dat volgens de jury een eervolle vermelding verdient.