NATIONALE HELPDESK VOOR VRAGEN EN MELDINGEN OVER FRAUDE.

Onze helpdesk zit klaar op werkdagen tussen 9.00 en 17.00 uur. Op woensdag vanaf 12.00 uur.
09 okt 2013

Van Eck: dienstverleners, werp barrière op!

Directeur Fleur van Eck sprak tijdens het 10-jarig jubileum van SafCin, de moederorganisatie van de Fraudehelpdesk.

“Hartelijk welkom aan alle aanwezigen, wat fijn dat u de tijd neemt om met de stichting en haar team stil te staan bij ons 10-jarig jubileum.

Speciaal heet ik welkom enkele van de slachtoffers en de weduwe en dochter van Niko Paape, de motor achter de Fraudehelpdesk. Verder een hartelijk onthaal aan mevrouw Gesthuizen van de SP, de heer Van Oosten van de VVD, de rapporteur voor de Interne Markt Commissie van het Europarlement, Dennis de Jong, en de leden en oud-leden van de raad van toezicht en bestuur van onze stichting. Medewerkers van het Secretariaat-Generaal Benelux, welkom, et ‘,,Bienvenu à la Ministère des Classes moyennes et du Tourisme de Luxembourg”.

Dating- en loterijfraude, cybercrime, fraude via online handelsplaatsen, spooknota’s, dat alles gelardeerd met de toefjes op het thema identiteitsfraude, we worden er mee doodgegooid. Onder de slachtoffers vinden we rijp en groen door elkaar: van de huisvrouw die door een babbeltruc van haar geld wordt afgeholpen, de enge mailtjes die iedereen ontvangt en die zelfs via het aanklikken van een linkje kunnen leiden tot het letterlijk weg zien lopen van het tegoed op je bankrekening tot het advocatenkantoor dat zich in de luren laat leggen door een gehaaide mooiprater.

Een groot aantal beroepsoplichters, vaak aangestuurd door internationale, buitenlandse criminelen, opereert op de Nederlandse markt. In ons land is een tiental organisaties aan het werk met de bestrijding van fraude – ieder op eigen terrein. Weliswaar is geen sprake van onderlinge tegenwerking, van hechte samenwerking kan echter evenmin worden gesproken.

In 2002 maakte ik kennis met Stichting Eerlijk Zaken Doen. Deze stichting was kort daarvoor een nuttige partner gebleken in het project Financieel Rechercheren. Een 25-tal arrestaties van acquisitiefraudeurs zorgde voor het nodige afschrikeffect in de malafide advertentiemarkt. De door de stichting verzamelde informatie bleek van waarde voor politie, belastingdienst en openbaar ministerie. Het licht moest echter uit bij de stichting.

Toch besloot ik, net warmgelopen op het onderwerp, om iets aan deze immense problematiek te doen, samen met professor. Slagter, hier ook vanmiddag aanwezig, en Fred Speijers, in die tijd nog landelijk Officier van Justitie op de horizontale fraudeproblematiek en sindsdien altijd meedenkend en werkend met de stichting. Direct in dat jaar werd al geconstateerd dat overheid en bedrijfsleven nog maar weinig efficiënt samenwerkten. Dat verhaal begint nú pas – tien jaar na dato – ergens op te lijken.

,,De stichting speelt tussen overheid en bedrijfsleven een actieve makelaarsrol bij het daadwerkelijk bestrijden van fraude. Zij doet dit door partijen ertoe te bewegen de krachten te bundelen, om – met behoud van ieders taken en verantwoordelijkheden – frauduleuze en ernstige vormen van financieel-economische criminaliteit het hoofd te bieden”. Aldus een deel van de formulering van onze missie.

Het partijen ertoe bewegen valt echter in de praktijk niet mee. Dat is raar, zie ik u denken, want publieke en private partijen hebben op het gebied van de fraudebestrijding immers allemaal hetzelfde doel: het oplichters het leven, vooral: hun verdienmodel, zo zuur mogelijk te maken. Maar als we niet echt het roer radicaal omgooien, blijft iedereen toch vaak steken bij eigen doelstellingen en belangen. En kunnen we dat partijen dan kwalijk nemen, is de vraag.

In 2003 vindt de oprichting van onze stichting plaats. Gestart wordt met Steunpunt Acquisitiefraude die hulp aan ondernemers biedt die met de advertentiemaffia te maken hebben. In 2005 komt steun vanuit het bedrijfsleven echt op gang: naast enkele branchesponsors besluit Rabobank Foundation ons voor twee jaar te steunen en komt een incidentele subsidie van justitie los, overigens met dank aan enkele voorvechters van onze stichting, vanmiddag ook bij ons aanwezig: Bart Jan Krouwel en Jan Wilzing.

In 2007 valt het gezamenlijk besluit van justitie en de werkgeversorganisaties om de aanpak van acquisitiefraude tot project te benoemen onder regie van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing, het NPC, het sinds 1992 ingerichte publiek-private gremium om criminaliteit tegen het bedrijfsleven tegen te gaan. Wederom ontvangt de stichting een eenmalige bijdrage van justitie.

In dat jaar wordt door de Tweede Kamer ook een motie aangenomen waarbij de regering gevraagd wordt om onderzoek te verrichten naar bestaande en mogelijke hulp van slachtoffers van financieel-economische criminaliteit en om met een concreet voorstel te komen. In mei 2010 neemt minister Hirsch Ballin het besluit tot oprichting van de Fraudehelpdesk en in het voorjaar van 2011 wordt het zusje van SAF, de Fraudehelpdesk, geboren.

Het voorkómen van slachtofferschap staat in ons werk centraal. Het voortdurend werken aan de bewustwording van de gevaren van de vele vormen van oplichting in onze samenleving en het daarnaast concreet waarschuwen over actuele, vaak voorkomende fraudevormen zijn kernelementen van ons werk. Begeleiding van de slachtoffers is een ander groot aandachtsgebied. In dit traject werken wij overigens samen met Slachtofferhulp Nederland.

En dan nu: oktober 2013: ons jubileum. Wij nemen uiteraard deze gelegenheid te baat om stil te staan bij de fraudebestrijding en onze visie hierop met u te delen.

Wat cijfers
Datingfraude blijkt de grootste schadepost. Van alle oplichtingsvormen gaat verreweg het meeste geld om in zogenoemde datingfraude. U heeft over die vorm wellicht de billboards langs de snelweg zien staan. Sinds begin 2011 hebben bijna 200 slachtoffers een gezamenlijke schade gemeld van 15,5 miljoen euro. Dat is gemiddeld 77.500 euro per slachtoffer. De totale schade bij ons gemeld, bedraagt 28 miljoen euro.

Slachtoffers zijn vooral vrouwen boven de 50 die weduwe zijn of een echtscheiding achter de rug hebben. In totaal hebben 1.900 individuen melding gemaakt van een poging tot oplichting via aanvankelijk contact op datingsites.

Daarnaast zijn ruim 100 particulieren voor 6 miljoen euro met beleggingsfraude de mist ingegaan. Cybercrime kostte 181 melders bijna een half miljoen euro.

Wat mijlpalen
– Duizenden burgers en bedrijven zijn de afgelopen jaren met onze hulp terzijde gestaan;
– Naar aanleiding van de gesignaleerde problematiek is nu wetgeving acquisitiefraude in de maak en komt vanuit Brussel aangescherpte wetgeving en handhaving tot stand;
– Een Engelse website is in bedrijf;
– Het gemiddeld aantal bezoekers op de websites ligt op meer dan 50.000 per maand;
– Er worden stappen gezet in de samenwerking tussen de drie Benelux-staten.

Bevindingen vanuit de dagelijkse praktijk
Er komt meer geld aan, veel geld zelfs, zo las ik, voor de sociale diensten om fraude te bestrijden. Dit is allemaal nuttig voor de zgn. verticale fraudebestrijding, dat wil zeggen, de fraude waarbij de overheid zelf de dupe is van oplichtingspraktijken. De fraudeurs waar wij echter mee te maken hebben, bestrijken voor circa 80 procent vooral de horizontale problematiek. We hebben het dan over oplichters die burgers en bedrijven een poot willen lichten. Deze zijn zeer professioneel en vaak ook internationaal georganiseerd.

Daar zijn andere krachten tegen nodig dan alleen opsporing en vervolging. Opgeworpen barrières door dienstverleners – oftewel de stekker eruit bij banken, telecombedrijven, postbezorgers, kunnen het verdienmodel van de oplichters om zeep helpen.

De fraudebestrijding vindt echter te versnipperd plaats. Iedere bestrijdingsorganisatie, van overheid tot vrijwilligersclub, beheert eigen systemen zonder dat nuttige informatie gekoppeld wordt. Gevolg: veel problemen en onvoldoende structuur bij uitwisseling van informatie. Hierdoor gaat dus een zee aan power verloren want iedere bestrijder bepaalt eigen beleidsdoelstellingen en prioriteiten. Er is nu géén gezamenlijk commitment, géén gezamenlijke verantwoordelijkheid en de samenwerking die af en toe wél tot stand komt en tot resultaten leidt is veelal gebaseerd op persoonlijk contact. Doordat dus formele en hechte samenwerking ontbreekt zijn oplichters naar onze smaak té vaak de lachende derde. En dat moet toch maar gewoon afgelopen zijn.

Voorstellen tot mogelijke oplossingen
Bestrijding op internationaal vlak kan niet achterblijven. U hoort hier later vanmiddag meer over.

De effecten van samenwerking publiek-privaat hebben zich gelukkig al laten zien, vooral binnen het project van het NPC project op het vlak van acquisitiefraude. Wij zijn verheugd over de tot nu toe behaalde resultaten en de aankomende wetgeving. Maar het kan beter! Ten eerste: criminelen opereren zelf nooit vanuit bepaalde, gedefinieerde fraudekaders en -vormen. Het overheidsuitgangspunt moet dus zijn dat bestrijding en aanpak vanuit een totaaloverzicht, een helikopterview, plaatsvindt. De overheid kan die randvoorwaarden inrichten.

Ten tweede kan en mag bestrijding van financieel-economische criminaliteit nóóit prevaleren boven de eigen afwegingen en belangen van publieke en private bestrijders, alhoewel alle begrip voor prioriteiten bij politie en justitie. Ik doe bij deze een beroep op het kabinet om een concreet kader in te richten – een AMvB? Een wet? – met een concrete, achteraf meetbare doelstelling voor publiek-private samenwerking op de fraudebestrijding, zodat we af kunnen stappen van “vrijblijvendheid” van partijen.

Een onafhankelijk, door de overheid aangewezen orgaan, waaraan deze samen met het bedrijfsleven deelneemt, wordt dan aangewezen met voldoende mandaat en doorzettingsmacht en die ook uitvoering kan geven aan dat besluit. Een constructie waarbij dat orgaan er dan ook voor zorgt dat signalen gefilterd en veredeld en wel worden doorgegeven aan haar partners, zodat fraude zoveel mogelijk voorkomen dan wel beperkt wordt.

Centrale intake van signalen – liefst vóórdat slachtoffers vallen – kan dan worden gekoppeld aan informatie-inwinning ten behoeve van actieve voorlichting zodat een “financieel surveillant” tot stand komt, een variant op de wijkagent.

Verzamelde informatie kan worden verrijkt met gegevens van openbare bronnen zoals handelsregister en kadaster. Een dergelijke opzet heeft een aantal voordelen: beoordeling van meldingen en signalen vindt plaats door professionals, analyse van trends wordt aan beleidsmakers aangereikt, aard en omvang komen beter in beeld en er komt meer rendement tot stand op informatieverzameling en -ordening waardoor gericht kan worden gestuurd, partners worden beter ondersteund en ”en passant” worden overheidsorganisaties ontlast van een deel van het administratieve werk. Zo kan vooral politie meer capaciteit vrijmaken voor concrete onderzoeken.

Het preventie- en barrièreaspect dient door koepels, branches en kamers van koophandel te worden opgepakt zodat al het mogelijke door de private sector is gedaan. Voorbeelden, we noemden het al eerder: het blokkeren van rekeningen, het niet bezorgen van frauduleuze post door postbedrijven, het weigeren van dienstverlening door bonafide incassobureaus, deurwaarders, advocaten, notarissen, het opheffen van telefoonabonnementen, het uit de lucht halen van websites door hostingpartijen, het stoppen met de verhuur van kantoorruimtes en secretariaatsdiensten.

Nog een oproep aan het kabinet. Wij willen als FHD een nog beter dan het huidig functionerend waarschuwingssysteem voor heel NL opzetten, echter belemmeringen vanuit de privacywetgeving en de risico’s van smaad- en lasterprocedures lijken nog groot. De regering zou daarom – binnen Europa en daarbuiten – met een kader moeten komen om concreet – aan de hand van feiten en gevalideerde meldingen – waarschuwen mogelijk te maken zonder dat civiele procedures een risico voor het acterend orgaan vormen.

Verder zou vooral ook juridische hulp aan slachtoffers verder uitgewerkt moeten worden: bijvoorbeeld door deze een eigen rechtsgang te geven waardoor gedupeerden teruggebracht kunnen worden in de staat vóór dat slachtofferschap.

Hoe zien wij de ideale fraudebestrijding ingericht over 5 jaar
Het zou fantastisch zijn als er over 5 jaar, of veel eerder natuurlijk, één kennisbank met zowel publieke als private leveranciers en afnemers in bedrijf is, die haar leden in staat stelt elkaar op een juiste manier te waarschuwen: het ‘rode vlag- principe’ bij bepaalde hits op adres- en KvK-gegevens, rekening- en telefoonnummers, IP-adressen.

Het politie Meldpunt Internetoplichting is al goed met een dergelijk hitsysteem op bankrekeningen doende. Vanuit een dergelijk systeem kan dan koppeling plaatsvinden naar bijvoorbeeld administraties van mogelijke slachtoffers. De banken, maar ook de administratie- en accountantskantoren kunnen hier een actieve rol in nemen: het zgn. piepsysteem gaat af, als een klant op het punt staat een betaling te doen aan een oplichter. De film die u straks gaat zien – een schets van de emotionele inbraak bij slachtoffers – geeft aan dat een dergelijk systeem hard nodig is. Ik dank u voor uw aandacht.”